Vanuit al-Andalus. Convivencia
Convivencia is een Spaans woord dat letterlijk samenleven betekent. Het verwijst naar het vreedzaam naast elkaar bestaan van verschillende groepen, culturen of individuen, vaak met de nadruk op wederzijds respect en culturele uitwisseling. Dat is dus HET woord dat bij mij naar boven komt wanneer ik als thema “Gemeenschap” krijg aangereikt.
Maar zoals altijd en met alles – zo simpel is het niet.
Gemeenschap is een sociaal perspectief, dat veel verder gaat dan inter-cultureel of inter-religieus. In die zin blijven verschillende culturen en verschillende religies altijd drempels voor samenleven in één gemeenschap.

In een historische context wordt het woord gebruikt om de periode van al-Andalus (711-1492) te beschrijven waarin christenen, moslims en joden relatief vreedzaam samenleefden en elkaar cultureel beïnvloedden.
Want dat samengaan en de wederzijdse beïnvloeding tussen moslims, joden en christenen op het Iberisch schiereiland (het latere “Spanje”) was er zeker.
In de latere Spaanse geschiedschrijving heeft de al-Andalus periode aanleiding gegeven tot een verhit debat over het begrip convivencia, vooral ingegeven door verschil van mening over het ontstaan van de moderne Spaanse nationale identiteit en van het karakter van de moderne Spanjaard. (Maaike van Berkel; zie Bronnen)

Historici (en journalisten) relativeerden de visie van tolerantie en benadrukten juist de onverdraagzaamheid van de islamitische heerschappij, ook die in middeleeuws Spanje. In het verlengde van deze discussie is de laatste decennia een reeks van studies verschenen die een evenwichtiger beeld van de Spaanse convivencia oproepen.
Tegenover elk voorbeeld van integratie, religieuze verdraagzaamheid en interreligieuze samenwerking kunnen we er een van intolerantie en gewelddadige botsing plaatsen.
In dezelfde tijd dat in het door christenen heroverde Toledo joodse en christelijke vertalers zij aan zij medische, wiskundige, astronomische en filosofische teksten vanuit het Arabisch in het Latijn vertaalden, dwongen de Almohaden, een Noord-Afrikaanse Berberdynastie die vanaf het midden van de 12de eeuw over Moors Spanje heerste, joden en christenen tot bekering.

In vergelijking met christelijk Spanje, maar ook met andere delen van christelijk Europa, hadden de erkende minderheden in Moors Spanje het aanwijsbaar beter.
En hoewel het dus zeker geen wrijvingloze maatschappij was, is de verheerlijking van de gouden eeuwen van Andalusië in dit licht misschien historisch niet helemaal correct, maar in elk geval goed te begrijpen. Aldus Maaike van Berkel.
Die Gemeenschap van al-Andalus loopt best wel ver door in het heden. Een doorwerking die overigens ook weer best vaak is verdrongen.
Op het gebied van ons denken, zowel wetenschap als filosofie, en op het gebied van taal kunnen wij ons dagelijks geconfronteerd worden met wat in de gemeenschappelijkheid van al-Andalus tot stand kwam. Ik verwijs daarvoor naar mijn columns voor het MoslimArchief Nederland (zie Bronnen).
Gebieden als wiskunde en medische inzichten, maar ook tafelmanieren en woorden als koffie en suiker, hebben wij allemaal uit al-Andalus binnen gekregen. Zonder al-Andalus en die convivencia geen Renaissance in het latere zgn. Westen.
Bronnen
Luk Corluy, Al Andalus 711-1494 Acht eeuwen godsdienststrijd in Spanje. Sterck & de Vreese 2020.
Maaike van Berkel, Convivencia of Reconquista? Isgeschiedenis.nl https://isgeschiedenis.nl/longreads/convivencia-of-reconquista Geschiedenis Magazine 2008 nr 3.
Maria Rosa Menocal, De gouden eeuwen van Andalusië, Bulaaq, Amsterdam, 4e druk 2015.
Janina M. Safran, Defining Boundaries in al-Andalus, Muslims, Christians, and Jews in Islamic Iberia, Cornell University Press 2013.
Rudi Holzhauer, Columns over Inbreng, Verdringing en Taal. https://alpujarras.nl/cursussen/inbreng-verdringing-taal/