De periode van bloeitijd van de Arabische/islamitische cultuur bracht veel wetenschap naar de mensheid, en ook veel hoop op allerlei vervolgtrajecten. Is die hoop later uitgekomen? Of was zij vergeefs? Er was zeker een periode van stilte. Maar die lijkt meer en meer voorbij. IJdele hoop was het zeker niet. Ik blijf al-Andalus positioneren als bakermat voor veel van onze huidige Westerse verworvenheden. Voor een open interreligieuze cultuur en voor een samengaan van wetenschap en religie.

Ibn Rushd (Cordoba 1126 – Marrakesh 1198) gaf de wetenschap een hoopvolle eigen plek naast de religie. Vele eeuwen voordat het in “ons Westen” tot die tegenover elkaar stelling kwam.
Wetenschap en Religie dus.
Wetenschap is niet voor iedereen weggelegd. Gewoon te moeilijk. Dat is alleen weggelegd voor filosofen, d.w.z. mensen met een behoorlijke opleiding.
Religie is veel makkelijker te volgen, met dogma’s en rituelen. Religie is voor iedereen.
En wat nu wanneer wetenschap en religie met elkaar in strijd schijnen te zijn? “Zijn” of “schijn”? Voor Ibn Rushd bestaat er maar één waarheid. Wanneer de wetenschap een andere kant op lijkt te wijzen dan moeten de religieuze teksten gewoon anders (en beter) gelezen worden. Hedendaagse debatten over godsdienst, rationaliteit en intellectuele vrijheid zijn allerminst nieuw, maar hebben hun wortels in het werk van filosofen als Averroës.

Ibn Tufayl (Guadix ca. 1110 – Marrakech 1185) gaf de mens hoop door te verduidelijken dat die op eigen kracht kennis en wijsheid kon krijgen. Zonder welke leraar en welk begrippenkader dan ook. Gewoon – op een onbewoond eiland.
Hayy ibn Yaqzan groeit daar helemaal alleen op. Hij verwerft er kennis van de materiële wereld, inzicht in zichzelf en in het bovennatuurlijke.
Hij leert geheel op eigen denkkracht het bestaan kennen van het Opperwezen, en in een moment van opperste mystiek overziet hij de hele schepping.

Ibn Arabi (Murcia 1165 – Damascus 1240) maakte ons duidelijk dat er zoveel meer te hopen is dan rationele kennis. We kunnen ook denken met ons hart.
Het is een mystieke insteek, omdat er veel “niet te vatten is” met dat verstand. Mystiek is van alle tijden natuurlijk. Van het oude India tot Meister Eckhart “bij ons”.
Fundamenteel voor ons betere en hogerstaande begrip van de wereld en de mensen om ons heen
Uitgaand van het feit dat ieder wezen twee neigingen in zich bergt, een tot materialisme en de dood, de andere tot spiritualiteit en het leven, reinigt de mysticus zich van het een en verwezenlijkt hij het ander. Ibn Arabi leefde in een tijd en een regio van intellectuele en spirituele wedijver die uniek was in de geschiedenis. Daarom wordt deze tijd gezien als de gouden eeuw van het islamitisch, joods en christelijk mysticisme.
Een tijd vol hoop op samenleven – de zgn. convivencia.
Bronnen
Averroës. Geloof en wetenschap in de islam, Het Beslissende Woord, vertaling Remke Kruk, Klement, 2012.
Ibn Tufayl, Hayy ibn Yaqzan. Een filosofische allegorie uit Moors Spanje, vertaling Remke Kruk, Bulaaq, 2007.
De Zoon van de Gazelle. Een hedendaagse hervertelling van Hayy ibn Yaqzan door Sabine Wassenberg en Kamel Essabane, De Meent, 2022.
William Chittick, Heilige verbeelding. Ibn al-‘Arabi over religieuze diversiteit, Synthese 2021.
Ibn Arabi en het soefisme, website De mystieke school https://www.mystiekeschool.nl/mystiek/ibn-arabi-en-het-soefisme/