Vanuit al-Andalus wekt zeeën van tijd bij mij de volgende twee associaties op.
Zeeën van tijd in al-Andalus – een bloeiperiode
“Zeeën van tijd” in Al-Andalus verwijst naar de lange, rijke periode van meer dan zeven eeuwen (ca. 711-1492) waarin het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) onder Moorse heerschappij stond, een tijdperk van bloeiende kunst, wetenschap en architectuur, vooral in Andalusië, met de Moren (Arabieren en Berbers) die een blijvende invloed achterlieten in cultuur, taal en steden zoals Granada, Cordoba, en Sevilla, ondanks de uiteindelijke herovering door de Christelijke koninkrijken (de zgn. Reconquista).

Al-Andalus was een islamitische staat op het Iberisch Schiereiland, genoemd naar de Vandalen die er eerder woonden. Met een bloei in de Middeleeuwen als centrum van kennis en cultuur, beïnvloed door Arabische en Berberse veroveraars.
Het begon allemaal met de verovering van het schiereiland vanaf 710. En het eindigde met de val van Granada in 1492, de laatste Moorse vesting. Al woonden er nog moren in de Alpujarras tot zo’n 150 jaar later. We praten dus over een periode van meer dan 800 jaar in sommige delen (zoals Granada).
Met Centra van filosofie (Ibn Rushd – Averroes), geneeskunde (Abu al-Qasim Khalaf – Abulcasis), en literatuur. Met prachtige gebouwen zoals het Alhambra in Granada en de Mezquita in Cordoba (nu een kathedraal). Met de witte steden (pueblos blancos) zoals Ecija en het Alcázar van Córdoba zijn overblijfselen van deze periode. En de witte steden in de Alpujarras. Wit tegen de zon. Dat houdt optimaal tegen.
En met een diepe invloed op de Spaanse taal en cultuur die vandaag nog zichtbaar is. Koffie en suiker. En de Algarve – Al Gharb = ten westen van …. Al-Andalus.
Kortom, de “zeeën van tijd” vertegenwoordigen de eeuwenlange, diepgaande en cultureel rijke invloed van de islamitische beschaving in Andalusië, een erfenis die nog steeds voelbaar is.
Zeeën van tijd na al-Andalus – met heel veel verdringing

Mijn tweede associatie is wat kritischer. Die gaat over de verdringing van veel inzichten uit die eerste zee van tijd. Met het steeds euro-centrischer worden van het latere zgn. Westen.
Ik ben nu doende het proefschrift van Koert Debeuf te vertalen met als werktitel De Renaissance begon in Bagdad (te verschijnen eind 2026 bij Boom filosofie).
Hij geeft vanuit een historische analyse van bronnen helder aan hoe de verworvenheden van de islam ten grondslag liggen aan de latere Westerse wetenschappelijke ontwikkelingen en hoe die verworvenheden zijn “weggeschreven” in boeken over de geschiedenis van de filosofie.

Waarover ook het recente boek van Tharik Hussain, Muslim Europe – 1400 jaar geschiedenis, dat ook op mijn vertaal verlanglijstje staat. Hij belicht vanuit “de andere kant” de inclusie van de islam en moslims in “ons latere Europa”. Die zijn er altijd al geweest. Een zee van rijkdom.
Bronnen:
Koert Debeuf, The Influence of Averroës on European Thought, Bloomsbury, 2024, 208 blz.
Tharik Hussain, Muslim Europe: A Journey in Search of a Fourteen Hundred Year History
Viking, 2025, 432 blz.
Rudi Holzhauer, Rol Averroës in Europese filosofie opzettelijk verdoezeld, gastblog website godenenmensen, https://godenenmensen.com/2025/03/16/rol-averroes-in-europese-filosofie-opzettelijk-verdoezeld/